Dutch English
Eugene Jongerius door Tilly Janssen
1/2
De hedendaagse visuele cultuur levert dagelijks een
rijk maar ook vluchtig aanbod aan beelden dat de basis vormt voor het werk van Eugène Jongerius, ( Zeist 1951). Eugène schildert, fotografeert, filmt, photoshopt, bestrijkt en bedruppelt bestaande beelden.
Favoriet zijn bijvoorbeeld foto’s uit modetijdschriften,
zij vormen momentopnames, vluchtige verwijzingen naar onbekende situaties. Bewerking van deze foto’s levert nieuwe beelden van een verstilde wereld binnen het schilderij.
Slechts door langer te kijken is het werk van Eugène Jongerius beter te begrijpen. Door de blik langer vast te houden kunnen we ons onttrekken aan de oppervlakkige beschouwing die ons op het verkeerde been zet en een nieuwe inhoud van het werk waarnemen.
Door de manier van bewerken zoals een geschilderde lichte kreukeling, nevenschikking van beelden,
een dubbelbeeld toevoegen door middel van perforaties of druppels of het bewust zichtbaar laten van sporen
van toegepaste fotografische techniek, verdeelt het
werk onze aandacht tussen het bestaande, ‘oude’,
en het nieuwe beeld.
Naast het digitale werk, zijn de schilderijen van Eugène Jongerius voor het merendeel gebaseerd op een gecombineerde techniek pigment/ foto-emulsie/ acryl-op-linnen. Ook werkt hij met fotogevoelige lagen op linnen, waarop met behulp van fotopositief beeld en ultraviolet licht een eerste afdruk is aangebracht.
Door druppels of juist perforaties ontstaan nieuwe
beelden, die het oude werk van het het nieuwe vervreemden.
Het creëeren van nieuw werk, gebaseerd op bestaande afbeeldingen is een bekend fenomeen binnen de beeldende kunst. Bekend is onder meer het werk van kunstenaars als Andy Warhol. In het werk van Jongerius gaat het, anders dan bij Warhol, niet meer om de bevestiging van de masssacultuur binnen het gebied van de beeldende kunst. Warhol, die de beelden uit de wereld van de media in de jaren 50 bewerkt, gaat uit van de ‘icoonwaarde’ van die beelden. Zo confronteert hij
de kijker met de effecten van de mediacultuur waarin veelvuldige herhalingen de inhoud van het beeld ontkrachten (atoombom, zware auto ongelukken)
en cliché’s bevestigen (Marilyn Monroe).

Jongerius gaat het niet om de ‘iconen’ van de massacultuur. Hij gebruikt bestaande beelden niet meer om op een dergelijke wijze commentaar te leveren op de hedendaagse beeldcultuur. De gestileerde afbeeldingen uit bijvoorbeeld modetijdschriften bewerkt hij door middel van diverse technieken die uiteindelijk allemaal als resultaat hebben dat ze een nieuwe gelaagdheid in het werk aanbrengen. In deze nieuwe afbeeldingen worden de formele aspecten van zijn werk de dragers van nieuw beeld, een beeld dat weliswaar de sporen van het oude beeld in zich draagt, maar daar tegelijkertijd ook niets meer mee te maken heeft.